Emmeloord

FUNCTIEVERANDERING

Grote boerderijen met rode daken zijn niet weg te denken uit de Noordoostpolder. Samen met de omzomende erfbeplanting en de bomenrijen langs de wegen bepalen ze het beeld van het polderlandschap. Als gevolg van de schaalvergroting verliezen steeds meer van deze boerderijen hun agrarische functie. Wonen is vaak de nieuwe bestemming. Dat door de functieverandering de boerderijen een transformatie ondergaan om het andere, bij het wonen behorende, programma van eisen mogelijk te maken is een logische ontwikkeling. Maar de manier waarop dit gebeurt is vaak niet passend voor de polder en zet het prachtige, authentieke polderlandschap onder druk.

Maar al te vaak zien we een ontwikkeling die het belang van het individu boven het algemeen maatschappelijk belang stelt. Veel boerderijen worden op zodanige wijze verbouwd dat het oorspronkelijke karakter ervan verloren gaat. De stoere, agrarische bouwvolumes veranderen in bungalows met allerlei elementen die niet in de polder thuishoren (denk aan bontgekleurde stenen, donkere geglazuurde pannen, roedeverdelingen, et cetera). In andere gevallen wordt gekozen voor vervangende nieuwbouw die soms weliswaar een eigentijdse uitstraling krijgt maar wat betreft volume, materialisering en detaillering niet past op een agrarisch erf.

Hoe moeten we dan omgaan met de onvermijdbare functieverandering van agrarische volumes in de polder? In het voorliggende plan willen we laten zien dat een transformatie kan leiden tot een plan waarbij het oorspronkelijke agrarische karakter behouden blijft en misschien zelfs een grotere rijkdom in zich heeft dan het uitgangspunt. Als transformaties op een dergelijke, zorgvuldige manier worden vormgegeven wordt volgens ons een nieuwe, boeiende laag aan de nog jonge geschiedenis van de Noordoostpolder toegevoegd, zonder de schoonheid ervan teniet te doen. De nieuwe laag kan het bestaande, monumentale karakter zelfs versterken of etaleren.

De aanleiding voor de transformatie van een boerderij van het type J4c aan de Espelerweg in Emmeloord is de vraag om op deze plek (flexibel in te delen) seniorenwoningen onder te brengen. In essentie bestaat de verbouwing uit het behoud van (een deel van) de bestaande boerderij en een verlenging ervan aan de achterzijde binnen de grenzen die het bestemmingsplan stelt. Dankzij het behoud van het bestaande volume blijft de herinnering aan de oorspronkelijke boerderij gewaarborgd. Bovendien geeft het maat en schaal aan de uitbreiding aan de achterzijde. Deze heeft namelijk precies dezelfde goot- en nokhoogte en verheft zich dus niet boven het bescheiden voorhuis. Ook de materialisering is ingetogen. De uitbouw is van zwart hout en heeft een matte aluminium, zinken of golfplaten dakbedekking in een donkergrijze kleur.

Binnen het volume is ruimte voor 4 tot 5 (luxe) wooneenheden. Bij veel van dit soort opgaven is deze opdeling aan de buitenzijde goed te zien. Naar onze mening doet een herhaling in de gevel afbreuk aan het pragmatische karakter van een agrarisch volume. Daarom hebben we ervoor gekozen de gevelindeling, net als bij een boerenschuur, te laten bepalen door de binnenzijde. De woningen zijn flexibel in te delen. Sommige kopers zullen kiezen voor een slaapkamer en badkamer op de begane grond en bergruimte of een atelier op de verdieping, anderen voor een slaapkamer op de verdieping en meer ruimte op de begane grond. Deze flexibiliteit zie je terug in de gevelindeling. Op de verdieping kan licht worden ingebracht door middel van een dakopbouw (die in lijn met de gevel staat) of via lamellen die in de kap doorlopen. Alle raamopeningen worden voorzien van luiken (dicht of voorzien van lamellen) in het materiaal van de gevel. Deze luiken hebben een multifunctionele werking. Van binnenuit gezien wordt het prachtige zicht op het landschap ingekaderd. Van buitenaf gezien wordt de lichtuitstraling naar de weg en naar het achterliggende landschap beperkt en wordt eventuele inkijk geminimaliseerd. Ook ontstaat er een dynamisch gevelbeeld als mensen in verband met zonlicht of privacy de luiken sluiten of juist openzetten. Dit geldt vooral voor de westgevel, de oostgevel kan een meer gesloten karakter krijgen.

De inrichting van de buitenruimte sluit hierop aan. De oostzijde wordt ingericht als (half)verhard erf. Hier is genoeg ruimte om de bergingen en het parkeren op te lossen. Aan deze kant worden de woningen ook ontsloten. De westzijde ademt een andere sfeer. Hier wordt de buitenruimte ingericht als (collectieve) tuin met een eenduidige uitstraling. Het ritme van de woningen is hierin zeker niet te herkennen. Elke woning heeft een ruim terras dat deels inpandig kan zijn. De voortuin, behorend bij het voorhuis, krijgt een inrichting die kenmerkend is voor polderboerderijen (voornamelijk gras). Ook de windsingels die de kavel omzomen blijven behouden en worden waar nodig hersteld. Voor het beheer wordt mogelijk een vereniging van eigenaren opgericht (of een beheerder aangesteld) die zorg draagt voor het onderhoud van het erf, de collectieve tuin en de windsingels.

In samenwerking met H2W Architecten.





+PEIL - Bureau voor Architectuur
en Stedenbouw



Helperpark 282 D
9723 ZA Groningen
050 31 31 600
info@pluspeil.nl